Er moet iets in de kranten gestaan hebben over meisjes die vaker met poppen spelen, terwijl jongentjes meer geïnteresseerd zijn in speeltjes met wielen. Dat zal in onze verrechtsende samenleving (ik klaag niet; ik beschrijf) geen groot opzien baren, maar nog niet zo heel lang geleden was dat heel anders. In een links wereldbeeld zit het idee van "gelijkheid" immers zeer hoog op de waardenschaal. En als je die gelijkheid kan zien als een eigenschap van de natuur, de wereld en het universum zelf, dan is het sociaal nastreven van (het herstel van) gelijkheid alweer zoveel intellectueel comfortabeler geworden.
Nog niet zo lang geleden was het dan ook een axioma dat jongentjes en meisjes "van nature" precies dezelfde aanleg en interesse zouden hebben. Enkel onze conditionerende maatschappij (zo vernamen we), met haar precieze patriarchaal-kapitalistische verwachtingen, creëerde bepaalde patronen van beloning en straf, en op het einde kreeg je volwassen mannen die gingen werken en volwassen vrouwen die aan de haard voor de kindjes zorgden. Mensen brachten de bijhorende pedagogiek vervolgens dapper in de praktijk: ze deden hun uiterste best om zonen en dochters op precies dezelfde manier en vanuit precies dezelfde verwachtingen op te voeden. En toen ze moesten opbiechten dat ondanks al hun pogingen hun dochters met poppen speelden en hun zonen met soldaatjes...
Toen was de theorie niet weerlegd, maar hadden de ouders niet hard genoeg hun best gedaan!
Daar kan je natuurlijk meewarig over doen, maar in feite doen we allemaal hetzelfde. Je kan nu eenmaal om het even welk experiment bedenken dat mislukt en dus zogezegd een eerbiedwaardige theorie weerlegt - terwijl al wat er gebeurd is misschien wel was dat je slecht gemeten hebt. Dus het is heel normaal dat je niet zomaar om het even welk concept afvoert bij de eerste de beste tegenslag. De "mannen scheiden zich van de jongens", om bewust de seksistische uitdrukking te gebruiken, bij de vraag hoe lang je dat volhouden, uimm: volhoudt. Niet te kort, maar ook niet te lang.
De berichten en bijhorende overpeinzingen deden me terugdenken aan oude discussies uit de tijd van "usenet". De gesprekspartner, heb ik altijd aangevoeld, was een zeer oprecht man, en ver, zeer ver verwijderd van al wat "dom links" was... Maar hij was (is, neem ik aan) een Stalinist. Echt waar! Dus hij had een axioma dat iedereen gelijk was, en hij had een axioma dat radicale collectivizering het juiste antwoord was op alle economische problemen. Alle productie zou in handen zijn van die collectiviteit, en iedereen zou opgewekt en enthousiast bijdragen aan die productie, terwijl de verdeling en de consumptie zouden bepaald worden door de collectiviteit, "naar ieders behoeften".
En als je er op wees dat dat in tegenspraak met "menselijke natuur" was, dan was dat zeer beslist niet waar. Indien iets, om het even wat, in tegenspraak was met de centrale assumpties van gelijkheid en herverdeling, dan zat het probleem niet in de centrale assumpties, maar wel in het onderwerp dat de problemen veroorzaakte. Dus was er helemaal geen "menselijke natuur" waar de collectivizering kon op stuklopen. En de vele kleine Sovjet-tuintjes die op een fractie van de beschikbare grond aanzienlijke percentages van de Sovjet-oogst vertegenwoordigden: dat waren geen bewijzen van hoe mensen toch liever (en beter) voor zichzelf produceerden, maar restanten van het kleinburgerlijk vals bewustzijn, of zoiets.
We hebben werkelijk naar de maatstaven van het internet geavanceerde discussies gevoerd. Over dieren die wel of geen "moederinstinct" hadden - want als ze het hebben willen ze natuurlijk weer voor "zichzelf", dat wil zeggen, voor hun Darwiniaanse erfenis produceren. Dus ook moederinstinct was een patriarchaal-kapitalistische conditionering. En toen het zover kwam dat mijn voorbeelden van zeer diverse diersoorten suggereerden dat die zeer specifieke instincten hadden, netjes aangepast aan hun omgeving - terwijl er bij (onder andere) de schapen toch weinig kapitalistische conditionering kon zijn - toen is hij niet beginnen "loeien en schelden". Ik voelde gewoon een zekere, laten we zeggen, verwondering, een zekere invraagstelling, een soort besef dat de axiomatische redenering nog donkere hoeken vertoonde.
Maar gelijk zal hij me niet gegeven hebben. Misschien denk je dat het iets vermakelijks heeft, de manier waarop een onaantastbaar axioma kan leiden tot contradicties met waarneembare feiten, en nog altijd overleeft. Maar zou dit geen geval van "hij die zonder zonde is uite de eerste lachbui"? Zouden we niet allemaal lid zijn van één of andere kliek, Eurabiërs, klimaatalarmisten, of andere "als uit de feiten blijkt dat de overheid mag optreden, dan is er een probleem met de feiten" clubs?
Natuurlijk moeten we onze favoriete hypothesen niet zomaar opgeven. We moeten dat zeker niet als ze ons goede diensten bewijzen, en de zogenaamde weerleggingen nog beverig in hun schoenen staan. Maar er komt een moment waarop de tijd voor het afscheid van onze geliefkoosde vooroordelen is aangebroken. Je weet wel, dat moment waarop de mannen gescheiden worden van de jongens, om bewust die seksistische uitdrukking te gebruiken.
Tuesday, January 11, 2011
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
0 comments:
Post a Comment