Al die hedendaagse conversaties over "geld"; over goud (of minstens metaal), over libertariërs en de rol van de overheid, vermelden graag dat "de geschiedenis leert dat (...)", en daarop volgt dan het favoriete credo van degene die aan het woord is. Maar zoals dat vaak gaat is dat meestal niets anders dan het creëren van een mythisch verleden, een verleden dat nooit bestaan heeft, en dat alleen dient om er verhalen over te vertellen, zo van "als het maar weer terug zoals vroeger was"... (zou alles weer in orde komen).
Om precies te zijn heb ik het over het mythisch verleden waarin de wereld alleen goud- of toch metaalgeld gebruikte, en waarin geen overheden papiergeld oplegden of "fractioneel bankieren" "mogelijk maakten". Dat is allemaal niets anders dan weer dat "grootste kindje dat eerst beslist dat ze nog meer koekjes wil en uit het feit dat het kleinste kindje nog zit te knabbelen het criterium afleidt dat niet de hoeveelheid verorberde koekjes de doorslag geeft, maar wel de hoeveelheid tijd die een kindje knabbelend kan doorbrengen" (1).
Op dezelfde manier, dus, heb je in een anti-overheidsfilosofie verhalen nodig over hoe in het verleden alles goed ging met metaalgeld, en papiergeld alleen maar de uitvinding was van gewetenloze schurken, die later ook nog de overheid voor hun kar wisten te spannen. Er is niets mis met dat soort hypothesen, maar je moet ze wel durven toetsen aan wat de economische historici ons over het onderwerp vertellen. En wat ik al eens geciteerd had was hoe Carlo Cipolla integendeel zegt dat metaalgeld altijd vreselijk schaars was, en dat gebrek aan (metaal)geldmiddelen een belangrijke oorzaak was van de quasi voortdurende deflatie waarin de pré-industriële wereld zich bevond (2). En dat; de toegevoegde waarde van nieuwe financiële technieken om dat tegen te gaan - en niet allerlei vormen van "fraude" - was de oorsprong van het bankiersberoep.
Dat is nu precies wat ook Fernand Braudel ons vertelt. Letterlijk sinds mensenheugenis, van de tijden van de Babyloniërs, over Grieken en Romeinen, en via de Islam tot bij ons...
"Dès que les hommes on su écrire et qu'ils ont eu à manier des pièces de monnaies sonnantes et trébuchantes, ils ont substitués à celles-ci des écrits, des billets, des promesses, des ordres." (Braudel, Civilisation Matérielle, Economie et Capitalisme, I, Les Structures des Quotidien, chapitre 7, titel 4, §1)
En dat leidt tot toestanden waarbij...
"A côté des monnaies métalliques circulent les monnaies fiducières (les billets de banque) et les monnaies scripturales (compensation par jeu d'écriture, par virement de compte à compte bancaire, ce que l'allemand appelle, d'un beau mot, le Buchgeld, l'argent de livre: pour les historiens de l'économie il y a eu inflation du Buchgeld, dès le XVI° siècle." (Braudel, o.c., chapitre 7, intro)
Dat is precies wat we bij Cipolla terugvinden; alleen heeft die het (met de term "inktgeld") niet over de zestiende, maar wel de (vroege) veertiende eeuw. Anderzijds herinner ik me niet dat er in de veertiende eeuw al klachten over inflatie waren, maar wie weet. De boodschap is: papiergeld was een uitvinding van de vrije markt, en een heel goede uitvinding zelfs, want het ontstond, telkens en telkens weer, doorheen alle tijdperken opnieuw, en het hielp de wurgende greep van het gebrek aan metaalgeld te doorbreken.
Dat van dat "gebrek aan geldmiddelen", van de te grote traagheid of zonder meer afwezigheid van het "zware" (metaal)geld vind je bij Braudel overigens heel expliciet:
"(...) c'est toujours elle, la monnaie pesante, lente à accomplir ses tâches, ou absente (en chômage), qu'il s'agit de pousser de l'avant, ou de remplacer comme on le pourra. (...) De quoi s'agit-il? Mais bientôt de la fabrication artificielle de la monnaie, d'un ersatz de monnaie, ou si l'on veut d'une monnaie manoeuvrée, 'manoeuvrable'. (...). C'est dans ses lenteurs, on dirait en s'amusant dans son manque d'avance à l'allumage , que la lourde monnaie métallique a créé, dès l'aube de la vie économique, le métier nécessaire de banquier. Celui-ci est l'homme qui répare, ou essaie de réparer le moteur en panne". (Braudel, o.c., chapitre 7, titel 4, §2. De hele paragraaf is trouwens zeer de moeite over het gebrek aan cash.)
En overigens, geef ik nog even mee bij wijze van historische noot, zegt Braudel over de Bank of England, zo ongeveer in de zeventiende eeuw dat haar grote vernieuwing was...
"(...) c'est d'avoir ajouté, aux fonctions des banques de dépôt et de virement, celle d'une vraie banque d'émission consciemment organisée, capable d'offrir un large crédit en billets dont le montant, en fait, dépasse fortement ses dépôts réels." (Braudel, o.c., chapitre 7, titel 4, §1)
Dat is dan voor zij die denken dat "fractioneel bankieren" een nieuwe uitvinding is...
Ik veronderstel dat er een paar conclusies bij moeten. Over het beeld van het metaalgeld dat allerlei huidige problemen zou vermijden heb ik het gehad - en het is in feite precies omgekeerd. Massa's problemen die we nooit gezien hebben omdat er papiergeld bestaat komen nooit in ons op, en dus kunnen we dromen van de prachtige wereld van vroeger, toen de mensen nog met metaalgeld betaalden. Ja, en toen de levensverwachting bij geboorte ergens in de 20 lag en het allerarmste land ter wereld van vandaag er in de ogen van toen bijzonder rijk had uitgezien. Ik denk dat we onszelf de beste dienst bewijzen door er de les van "het grootste kindje" (1) uit te trekken. We zien voor onze ogen gebeuren dat kindjes hun assumpties aanpassen aan de conclusies die ze willen trekken; ik stel voor dat wij niet met "de geschiedenis leert" in dezelfde valstrik vallen.
-----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2011/11/assumpties-uit-het-leven-gegrepen.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/05/terug-naar-het-bankieren-van-vroeger.html
Wednesday, November 23, 2011
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
0 comments:
Post a Comment